restaurant

Er zijn nogal wat misverstanden als het over duurzaamheid gaat. Wil je je als horecaondernemer verdiepen in het verduurzamen van jouw zaak? Dan is het belangrijk om te weten waar je het over hebt. Wij zetten de meest voorkomende feiten en fabels op een rij. 

Verduurzamen is duur


Dit is zowel een feit als een fabel. Om een horecazaak te verduurzamen, zijn natuurlijk investeringen nodig. De ene investering is duurder dan de ander, maar vaak levert dit uiteindelijk ook veel op. Investeer bijvoorbeeld in een energiezuinige horeca koelkast. In aanschaf iets duurder maar in energieverbruik een stuk goedkoper. En dat scheelt een hoop op jaarbasis. Koelingen en vriezers zijn samen goed voor zo’n 25% van het energieverbruik in de keuken. Ook zonnepanelen kunnen uiteindelijk een hoop energiekosten besparen maar hier komt eerst wel een flinke investering bij kijken. 

Duurzaamheid is een trend

Fabel. Trends komen en gaan, duurzaamheid is ‘here to stay’. Als we het realistisch bekijken, is het niet altijd het groene hart van de ondernemer dat tot verduurzaming leidt. Vaak speelt het imago, de wetgeving, subsidies of de portemonnee een belangrijke rol. De overheid neemt ook een steeds meer sturende rol aan als het om duurzaamheid gaat. Per 1 juli 2019 is er een wettelijke informatieplicht die grootverbruikers in de horeca verplicht om over hun getroffen energiebesparende maatregelen te rapporteren. Denk je nog steeds dat duurzaamheid een trend is die ‘wel overwaait’? Think again. 

Het valt wel mee met voedselverspilling in de horeca 

Fabel. Voedselverspilling is al jaren een groot probleem in de horeca. Nog altijd wordt er jaarlijks zo’n 51.000 ton aan voedsel weggegooid in de horeca. In de praktijk lijkt het vaak mee te vallen. Die paar stukjes overgebleven paprika of restjes brood die in de prullenbak belanden, dat kan toch geen kwaad? Bij elkaar opgeteld is dit na verloop van tijd een hele hoop. Zowel in de keuken als aan tafel bij de gast komt voedselverspilling voor. Beperk dit door o.a. naar het opslagbeleid te kijken, laat ingrediënten in meerdere gerechten terugkomen, verklein de portiegroottes en biedt een doggybag aan. 

Biologische producten zijn beter 

Ja en nee. Op sommige punten kunnen biologische producten beter scoren, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. Voor het milieu is het beter dat er geen synthetische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt zoals biologische boeren doen. Aan de andere kant is er wel veel meer grond nodig voor biologische landbouw. Een biologische avocado moet nog steeds een lange weg afleggen voordat het op ons bord belandt. Dat is in het land van herkomst misschien beter voor het milieu, het weegt niet op tegen de milieuvervuilende transport. 

Lokaal inkopen is beter 

Feit. Producten die vanuit tropische oorden naar ons kikkerlandje gevlogen moet worden, zijn niet echt bevorderlijk voor het milieu. Probeer daarom zoveel mogelijk lokaal in te kopen en voor seizoensproducten te kiezen. Zo draag je bij aan een betere wereld en steun je lokale boeren en ondernemers. Dit soort producten met een verhaal spreken gasten vaak aan. Communiceer dit dus vooral! 

Duurzame gerechten zijn minder lekker 

Fabel. Duurzaamheid heeft niets met smaak te maken, het gaat vooral om de producten. Bij voorkeur seizoensgebonden, lokaal ingekocht en een beperkt aandeel vlees en vis. Vlees heeft veel impact op het milieu maar dat betekent niet dat je direct al het vlees van de menukaart moet schrappen. Verklein de porties vlees en vis en vergroot het aandeel groenten. En wie denkt dat je met duurzame gerechten alleen salades kunt aanbieden op de menukaart, heeft het mis. Kijk maar eens naar het razend populaire Vegan Junkfood Bar met meerdere vestigingen in Amsterdam en Rotterdam. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

19 − vijf =